Bloeddruk meten

Door Erik Oudshoorn – Kaderhuisarts hart- en vaatziekten
In het contract CVRM met de zorgverzekeraar hebben we afgesproken dat we minimaal 80% van de bloeddrukken onder de 140/80 willen krijgen aan het einde van dit jaar. Dit halen we nog lang niet; momenteel zitten we rond de 73%.

Tijdens de feedback bijeenkomsten heb ik al benadrukt dat je eigenlijk alleen een bloeddruk in Portavita moet registreren als het een betrouwbare meting is. Vaak wordt een bloeddruk nog gewoon op het spreekuur bij de huisarts gemeten, soms als rituele handeling, ook als een patiënt ergens anders voor komt, en deze wordt in het HIS bij meetwaarden geregistreerd. Deze waarde wordt echter wel automatisch in Portavita overgenomen. Wij kunnen het automatisch overnemen van de bloeddruk uit het HIS ook uit zetten. Dat betekent dat alleen de (zorgvuldig gemeten) bloeddrukken die in Portavita worden ingevoerd, worden meegenomen in de indicatoren. Het nadeel is dat er dan mogelijk minder bloeddrukken worden geregistreerd (bij praktijken die dit door de assistent laten doen en alleen in het HIS noteren). Overleg dus even wat voor jullie praktijk het beste is.

Wat is dan wel een betrouwbare meting? Ik zou er voor willen pleiten de 30 minuten meting vaker in de praktijk toe te passen. Er zijn automatische meters in de handel die elke 5 minuten meten gedurende 30 minuten en dit kan ook met de meeste 24 uurs-meters. Mijn ervaring tot nu toe is dat er veel lagere waardes dan de spreekkamermeting worden gemeten. In de literatuur wordt dit ook beschreven en deze meting wordt als representatief gezien, waarbij de eerste niet meetelt voor het gemiddelde.

Andere mogelijkheden zijn de 24 uurs meting en de protocollaire thuismeting. Wel moet hierbij respectievelijk 10 mm Hg en 5 mm Hg bij de gemiddelde waarde worden opgeteld.

Registreer dus alleen gevalideerde metingen en laat de bloeddrukmeting op het spreekuur een rituele handeling blijven.

Antistollingszorg en DOAC’s

Door Erik Oudshoorn
De antistollingszorg is aan het veranderen. Door de komst van de DOAC’s en de mogelijkheid tot behandeling door de 1e lijn, zowel bij nieuwe patiënten als bij herhalingsmedicatie, gaat deze zorg na jaren van stabiliteit veranderen. Patiënten die antistolling gebruiken zijn niet meer automatisch aangewezen op de trombosedienst. De huisarts krijgt hier een grotere rol in de begeleiding en controle. Met deze veranderingen in gedachten hebben we de antistollingszorg ingediend als substitutieproject bij Zilveren Kruis. In principe is het goedgekeurd maar de details moeten nog uitgewerkt worden.  In het kort komt het erop neer dat de controles van antistolling patiënten die door de huisarts worden gecontroleerd in Portavita kunnen worden bijgehouden en dat de praktijk hier een extra vergoeding voor krijgt. Mogelijkheden tot consultatie en doorverwijzing zijn beschikbaar, net als bij de andere ketens. Transmurale protocollen zijn in ontwikkeling. Doel is vooral een betere kwaliteit te leveren met minder complicaties. Zodra er meer nieuws is over dit project zullen wij je informeren.

Contract ketenzorg 2018

Door Monique de Goeij
Zilveren Kruis heeft aangegeven de contracten voor ketenzorg DM en COPD voor 2018 te willen verlengen onder dezelfde condities en tarieven van het contract voor 2016/2017. Het contract voor CVRM loopt nog tot 1-1-2019.  Er was geen mogelijkheid om te onderhandelen over het tarief of over nieuwe innovaties onder de betaaltitel van O&I. Zij zijn hier nog niet klaar voor en willen het komend jaar zichzelf de tijd geven om samen met de zorgaanbieders in gesprek te gaan over een nieuw inkoopbeleid voor 2019. Uiteraard zijn wij hierbij ook uitgenodigd. Huisartsen Eemland Zorg is na overleg met de HCE akkoord gegaan met de verlenging en heeft ook de tarieven die wij betalen aan de huisartsen voor de ketenzorg in 2018 niet gewijzigd. De contracten worden voor het einde van dit jaar nog naar jullie verzonden.

Controlebeleid primaire preventie

Door Rianne Dijkema
Met regelmaat zetten wij het controlebeleid van geïncludeerde cvrm-patiënten met primaire preventie die 80 jaar geworden zijn op ‘overig’. Wij zien helaas dat er praktijken zijn die dit controlebeleid weer wijzigen in iets anders.
Het aantal te includeren patiënten wordt op 8 % van de praktijkpopulatie gelimiteerd door bij de primaire preventie alleen patiënten tot 80 jaar met een behandelindicatie in de keten op te nemen. 80-plussers met primaire preventie mogen wel in Portavita, mits het controlebeleid wordt ingesteld op ‘overig’. Voor de groep ‘overig’ krijgt de praktijk geen financiering en de uitkomsten tellen niet mee voor de cijfers van de zorggroep, zoals de variabele beloning. Let op; de cijfers gaan wél mee in de benchmark van InEen en het NHG.
Hierbij dus het verzoek om op te letten bij welke patiënten het controlebeleid al is ingesteld voordat je het (opnieuw) wijzigt.

Variabele beloning CVRM

Wij realiseren ons dat de normen voor de variabele beloning CVRM ambitieus zijn, maar niet onmogelijk. Er zijn al een aantal praktijken (die al in eerdere jaren gestart waren) die hier nu al aan voldoen. Het eerste jaar is het veel werk om alle patiënten goed te includeren en op te roepen en het tweede jaar zal meer ruimte geven om de uitkomsten te verbeteren. Om jullie te kunnen ondersteunen bij dit proces zijn er in Portavita Analytics 5 nieuwe presets gemaakt.

De variabele beloning van CVRM is anders opgebouwd dan de beloning bij DM en COPD. Bij de CVRM keten wordt er namelijk gekeken naar de gehele looptijd van de keten (jan 2017 tot jan 2019) en vindt er pas uitbetaling plaats als de gehele zorggroep de normen heeft behaald. De variabele beloning bestaat uit drie indicatoren gemeten over de groep onder de 80 jaar (en zonder patiënten met controlebeleid “overig” en GPZ). Klik in Portavita analytics op “patient Explorer” en rechts boven op “presets”. Er verschijnt direct een lijst met overzichten. De titels zijn:

CVRM % Rokers. Doel is afname 15%. Kijk dus naar het percentage op 1 januari 2017 en trek hier 15% van af. Dat is dus per praktijk anders. Het percentage is afhankelijk van de rookstatus. Alleen patiënten onder de 80 jaar en met een geldige rookstatus (roken; ja of voorheen = jaarlijks bepalen) tellen mee.

CVRM % Bloeddruk <= 140. Doel is 80%. Deze lijst is gemeten over de groep patiënten onder de 80 jaar. Uiteraard is de grens van 80 jaar een kunstmatige en zal het zo zijn dat veel 75 plussers ook moeilijk onder de 140 te krijgen zijn. Mogelijk zal hier in de nieuwe standaard soepeler mee om worden gegaan. Bij dit percentage tellen de 70 tot 80 jarigen, als zij in de ketenzorg zijn geincludeerd, echter wel mee. Het percentage is daarnaast afhankelijk van de hoeveelheid patiënten die de afgelopen 12 maanden een bloeddrukmeting hebben gehad.

CVRM % LDL <=2.5. Doel is 40%. Deze lijst is ook gemeten over de groep patiënten onder de 80 jaar. Hier is geen sprake van een mogelijk verlaging van de leeftijdsgrens. Het percentage wordt genomen van de groep patiënten die de afgelopen 5 jaar een LDL hebben laten meten.

CVRM % Tweedelijn. Doel is afname. Deze preset is niet relevant voor de het behalen van de variabele beloning, maar wel voor het eventueel continueren van de CVRM keten in 2019. Dit doel is lastig te realiseren doordat er tevens een maximale inclusie is van 8% per huisartsenpraktijk. Wij zien het percentage tweedelijn licht stijgen doordat een aantal praktijken patiënten hebben gestaakt om aan de 8% inclusie te kunnen voldoen. Dit is niet wenselijk omdat hierdoor de cijfers voor dit doel worden vertroebeld. Daarnaast daalt bij het staken van CVRM patiënten ook de prevalentie in de eerstelijn hetgeen een negatief effect kan creëren bij een contractverlenging. Staak alleen patiënten die geen CVRM hebben volgens de standaard (bv. geen indicatie voor medicatie). Verander bij de CVRM patiënten die jullie buiten deze ketenzorg om (of niet) willen begeleiden het controlebeleid in “GPZ” of “Overig”. Patiënten met deze status worden niet meegenomen in de declaratie en de meting voor de variabele beloning maar wel bij het bepalen van het percentage CVRM patiënten in de eerste en tweedelijn.

CVRM 8% norm Op zorggroepniveau zijn 9,1% CVRM patiënten van de totale populatie van alle deelnemende huisartsen geïncludeerd. Er is onderling veel variatie, maar helaas mogen wij niet dit met elkaar middelen en blijft het maximum te declareren 8% per huisartsenpraktijk. Praktijken die boven de 8% zitten met de inclusie dienen nog eens goed te kijken of er geen primaire preventie patiënten zonder medicatie in zitten en kunnen ook overwegen alle primaire preventie boven de 75 op controlebeleid “Overig” te zetten. Er zitten ook een aantal praktijken onder de 8% inclusie. Zij worden geadviseerd nog eens goed door hun HIS te gaan en te zoeken op de ICPC codes van de secundaire preventie en/of de ATC code voor de primaire preventie. Neem contact met ons op als je hier hulp bij wilt krijgen.