Vluchtelingen en huisartsenzorg in Eemland

De toestroom van vluchtelingen naar Nederland is nog steeds groot. Als vluchtelingen een verblijfsvergunning krijgen hebben zij recht op een dak boven hun hoofd en dit wordt door de gemeente georganiseerd. Ook dan worden de zg. statushouders ingeschreven bij een huisartsenpraktijk. De NVA in Amersfoort begeleidt de mensen van niet-Nederlandse afkomst hierbij. Hun doel is om hen te helpen zich thuis te voelen in een wereld van verschil. Sommige problemen, bijvoorbeeld relatieproblemen of problemen met de verwerking van psychotrauma’s, gaan pas opspelen als zij een verblijfsvergunning hebben en dat komt dan vaak terecht in de huisartsenpraktijk.

Door de taalproblemen en de onwetendheid van de statushouders met de manier waarop wij de zorg hebben georganiseerd ontstaan er soms wat problemen. De NVA heeft ons gevraagd aandacht te vragen voor het volgende:

–    De NVA schrijft de patiënt in bij de huisartsenpraktijk. Het dossier komt dan via COWA naar de praktijk. Wanneer dit om onverklaarbare redenen niet gebeurt, graag     contact opnemen met het NVA.
–    De communicatie is vaak een probleem is vanwege de Nederlandse taal(achterstand). Dit wordt sinds kort weer (tijdelijk) vergoed. Zie hiervoor de website van de LHV. Er is zelfs een app beschikbaar.
–    De kennismaking van statushouders met huisartsen verloopt in het algemeen goed. Een dubbele consult heeft de voorkeur opdat er dan voldoende tijd is voor kennismaking en uitleg over ons zorgstelsel. Zij verwachten bijvoorbeeld vaak meer medicatie en antibioticum bij lichte kwalen. Kennisoverdracht van de Nederlandse gezondheidszorg en gezondheidskeuzes bij het voorschrijven van antibioticum kan wellicht voor meer begrip zorgen bij statushouders/migranten.
–    Het meegeven van meer schriftelijke praktische informatie bij bijvoorbeeld doorverwijzingen zou wenselijk zijn in voorkomende gevallen. Sommige statushouders weten na huisartsenbezoek niet waar ze naar toe moeten en hoe een ander werkt. Dit is overigens ook een probleem voor autochtone laaggeletterden.

Huisartsen Eemland onderzoekt momenteel of we een filmpje kunnen maken in meerdere talen die we op de website kunnen plaatsen zodat de mensen van niet Nederlandse afkomst goed zijn geïnformeerd over de huisartsenpraktijk in Nederland.

ELV

Het project ‘Goed Bed in Eemland’ vordert gestaag en heeft op dit moment onder andere opgeleverd dat wij weten op welke locaties ELV- en respijtzorgbedden aanwezig zijn in onze Eemlandse regio. Zie het onderstaande overzicht met instellingen waar u contact mee op kunt nemen.

Daarnaast vormen wij samen met vertegenwoordigers van Verpleeg- en verzorgingshuizen en het ziekenhuis een de stuurgroep ‘Regioplan ELV’ . Ondertussen vinden dergelijke overleggen ook plaats met de regio Barneveld/Voorthuizen. Er zijn werkgroepen opgericht om denkrichtingen uit te werken en nadere afspraken te maken over wijze van triage, samenwerking en verdeling van verantwoordelijkheden. Wij richten ons daarbij voor de organisatie en uitvoering niet alleen op ELV-bedden, maar op alle vormen van (tijdelijk) verblijf zoals crisisopnames voor WLZ-geïndiceerde patiënten; Geriatrische Revalidatie etc.

Het ziekenhuis en de Huisartsen Eemland hebben gezamenlijk het MCCE verzocht om ons te vertegenwoordigen in die werkgroepen. De medisch coördinatoren zullen bij de inhoudelijke uitwerking de ideeën en wensen die in de Denktank en bij netwerkbijeenkomsten zijn geopperd meenemen. Facilitering van onze huisartsen door middel van een centraal aanmeldpunt, hulp bij de triage door bijvoorbeeld een zorgbemiddelaar en uitleg over uw rol als huisarts zijn daarbij belangrijke uitgangspunten.

Wat zijn uw mogelijkheden voor dit moment?
1. In de thuissituatie: bij zorginhoudelijke en medische vragen met betrekking tot een kwetsbare oudere is het advies: consulteer de Specialist Ouderengeneeskunde uit uw regio. Zie link.
Specialisten Ouderengeneeskunde kunnen in de thuissituatie al goed mee denken en helpen om de situatie thuis te optimaliseren. Mocht dat niet (meer) mogelijk zijn dan kunnen zij actief meedenken in benodigde zorg dan wel vorm van tijdelijk verblijf.

2. Indien (tijdelijke) opname nodig wordt geacht: aan de hand van het afwegingsinstrument kunt u zien of uw patiënt in aanmerking komt voor een ELV-bed. Bij twijfel is het belangrijk dat u uw Specialist Ouderengeneeskunde consulteert (zie 1.) met verzoek tot hulp bij indicatiestelling.

3. Afhankelijk van het soort bed kan de betreffende Specialist Ouderengeneeskunde ook helpen met zoeken naar het juiste bed. In het geval van ELV-laagcomplex, palliatief en respijtzorgbed is over het algemeen de huisarts medisch verantwoordelijk. Nadere uitleg over achtergrond en concreet stappenplan kunt u nalezen op Haweb bij de groep Huisartsen Coöperatie Eemland (zoekterm documenten: ‘Stappenplan uitvoering ELV’ en ‘Achtergrondinformatie tijdelijke opnames’).

Voor laagcomplexe- ELV kunt u met onderstaande instellingen contact opnemen: 
Lyvore, Amersfoort/Soest: 033-460 05 00
Koperhorst, Amersfoort: 033- 472 62 14
Amaris, Soest/Amersfoort/Nijkerk: 085-021 30 30
Norschoten, Barneveld: 0342- 404 00 0
ENA-zorggroep, Barneveld/Voorthuizen: 0342-479 57 2

Buiten onze regio zijn onze patiënten ook van harte welkom bij Zorghotel van der Valk in Tiel: 0344-881 00 0

Bij plaatsing van uw patiënt buiten uw eigen praktijkgebied dient u zorg te dragen voor een adequate overdracht aan uw collega die de medische zorg tijdelijk van u overneemt. Bij de desbetreffende VVT-instelling kunt u vragen welke huisartsen betrokken zijn bij de instelling.

Afscheid Francoise Langens bij Zorgprogramma Ouderen

Op haar eigen verzoek nemen we in juni afscheid van Francoise Langens. Zij heeft sinds september 2016 al huisarts meegeholpen om het Zorgprogramma Ouderen van de HE Zorg verder te ontwikkelen en bij huisartsen en Specialisten Ouderengeneeskunde verder onder de aandacht te brengen. We kennen Francoise als een zeer bevlogen en betrokken collega.  Gelukkig zal zij aan de door haar opgerichte denktank blijven deelnemen en kunnen wij op die manier haar enthousiasme en kennis blijven benutten. HE Zorg en het bestuur van de HCE danken haar hartelijk voor haar inzet bij het Zorgprogramma.

Marieke de Korte zal als ‘programmacoördinator Ouderenzorg’ onverminderd doorgaan met het Zorgprogramma. Marieke is vanaf de start van het Zorgprogramma Ouderen betrokken en is goed ingewijd in de materie en het netwerk. Er is echter ongelooflijk veel werk te verrichten en er komt nog meer werk in de ouderenzorg op ons af. Daarom zal zij vanaf 1 augustus 2 dagen per week werkzaam zijn voor HE Zorg.

Vanaf 1 september 2017 zal Debora Smits-de Vries Marieke ondersteunen bij het Zorgprogramma Ouderen. Debora rondt haar bestuurswerk bij de HCE en haar kaderopleiding Beleid en Beheer tegen die tijd af. Door haar voorgeschiedenis als geregistreerd Specialist Ouderen en haar project ‘Goed Bed in Eemland’ denken wij met haar de juiste deskundigheid voor het ZPO in huis te halen. We wensen haar veel plezier bij HE Zorg.

Variabele beloning CVRM

Wij realiseren ons dat de normen voor de variabele beloning CVRM ambitieus zijn, maar niet onmogelijk. Er zijn al een aantal praktijken (die al in eerdere jaren gestart waren) die hier nu al aan voldoen. Het eerste jaar is het veel werk om alle patiënten goed te includeren en op te roepen en het tweede jaar zal meer ruimte geven om de uitkomsten te verbeteren. Om jullie te kunnen ondersteunen bij dit proces zijn er in Portavita Analytics 5 nieuwe presets gemaakt.

De variabele beloning van CVRM is anders opgebouwd dan de beloning bij DM en COPD. Bij de CVRM keten wordt er namelijk gekeken naar de gehele looptijd van de keten (jan 2017 tot jan 2019) en vindt er pas uitbetaling plaats als de gehele zorggroep de normen heeft behaald. De variabele beloning bestaat uit drie indicatoren gemeten over de groep onder de 80 jaar (en zonder patiënten met controlebeleid “overig” en GPZ). Klik in Portavita analytics op “patient Explorer” en rechts boven op “presets”. Er verschijnt direct een lijst met overzichten. De titels zijn:

CVRM % Rokers. Doel is afname 15%. Kijk dus naar het percentage op 1 januari 2017 en trek hier 15% van af. Dat is dus per praktijk anders. Het percentage is afhankelijk van de rookstatus. Alleen patiënten onder de 80 jaar en met een geldige rookstatus (roken; ja of voorheen = jaarlijks bepalen) tellen mee.

CVRM % Bloeddruk <= 140. Doel is 80%. Deze lijst is gemeten over de groep patiënten onder de 80 jaar. Uiteraard is de grens van 80 jaar een kunstmatige en zal het zo zijn dat veel 75 plussers ook moeilijk onder de 140 te krijgen zijn. Mogelijk zal hier in de nieuwe standaard soepeler mee om worden gegaan. Bij dit percentage tellen de 70 tot 80 jarigen, als zij in de ketenzorg zijn geincludeerd, echter wel mee. Het percentage is daarnaast afhankelijk van de hoeveelheid patiënten die de afgelopen 12 maanden een bloeddrukmeting hebben gehad.

CVRM % LDL <=2.5. Doel is 40%. Deze lijst is ook gemeten over de groep patiënten onder de 80 jaar. Hier is geen sprake van een mogelijk verlaging van de leeftijdsgrens. Het percentage wordt genomen van de groep patiënten die de afgelopen 5 jaar een LDL hebben laten meten.

CVRM % Tweedelijn. Doel is afname. Deze preset is niet relevant voor de het behalen van de variabele beloning, maar wel voor het eventueel continueren van de CVRM keten in 2019. Dit doel is lastig te realiseren doordat er tevens een maximale inclusie is van 8% per huisartsenpraktijk. Wij zien het percentage tweedelijn licht stijgen doordat een aantal praktijken patiënten hebben gestaakt om aan de 8% inclusie te kunnen voldoen. Dit is niet wenselijk omdat hierdoor de cijfers voor dit doel worden vertroebeld. Daarnaast daalt bij het staken van CVRM patiënten ook de prevalentie in de eerstelijn hetgeen een negatief effect kan creëren bij een contractverlenging. Staak alleen patiënten die geen CVRM hebben volgens de standaard (bv. geen indicatie voor medicatie). Verander bij de CVRM patiënten die jullie buiten deze ketenzorg om (of niet) willen begeleiden het controlebeleid in “GPZ” of “Overig”. Patiënten met deze status worden niet meegenomen in de declaratie en de meting voor de variabele beloning maar wel bij het bepalen van het percentage CVRM patiënten in de eerste en tweedelijn.

CVRM 8% norm Op zorggroepniveau zijn 9,1% CVRM patiënten van de totale populatie van alle deelnemende huisartsen geïncludeerd. Er is onderling veel variatie, maar helaas mogen wij niet dit met elkaar middelen en blijft het maximum te declareren 8% per huisartsenpraktijk. Praktijken die boven de 8% zitten met de inclusie dienen nog eens goed te kijken of er geen primaire preventie patiënten zonder medicatie in zitten en kunnen ook overwegen alle primaire preventie boven de 75 op controlebeleid “Overig” te zetten. Er zitten ook een aantal praktijken onder de 8% inclusie. Zij worden geadviseerd nog eens goed door hun HIS te gaan en te zoeken op de ICPC codes van de secundaire preventie en/of de ATC code voor de primaire preventie. Neem contact met ons op als je hier hulp bij wilt krijgen.

Terugdringen gebruik inhalatiecorticosteroïden bij patiënten met COPD

Het gebruik van inhalatiecorticosteroïden (ICS) bij de behandeling van COPD staat ter discussie. De effectiviteit van ICS voor het voorkómen van frequente exacerbaties is alleen bewezen bij patiënten met een FEV1 < 60%. Daarnaast blijken de voordelen (werkzaamheid in het voorkómen van exacerbaties) niet op te wegen tegen de nadelen (risico op pneumonie). Anders dan bij astma vormen ICS bij COPD dus niet de hoeksteen van de medicamenteuze behandeling en adviseert de meest recente NHG-Standaard COPD om ICS alleen voor te schrijven bij een kleine groep patiënten met COPD. In de praktijk blijken veel patiënten met COPD (zonder astma) een ICS te gebruiken, vaak wel in combinatie met een langwerkende luchtwegverwijder (LABA). Om zicht te krijgen welke patiënten dit zijn, is er in Portavita Analytics een preset (COPD met ICS) toegevoegd die hierin overzicht verschaft. Ons advies aan de praktijken is dan ook om dit lijstje met patiënten door te lopen en opnieuw te beoordelen of de ICS wel op zijn plaats is. Deze preset is een weergave van alle patiënten in de praktijk waarbij de diagnose (verdenking op) COPD is vastgelegd gecombineerd met het gebruik van ICS, al dan niet in combinatie met een LABA. Vervolgens is er in het resultaat te zien hoeveel exacerbaties er zijn geweest en welke exacerbatie-interventies zijn gedaan, af te lezen uit de hoeveelheid kuren prednisolon, antibiotica of ziekenhuisopnames in verband met COPD. Patiënten met het overlapsyndroom (ACOS) worden uitgesloten van dit verbeterplan aangezien de indicatie voor ICS bij dit ziektebeeld anders is. Daarom staat in het overzicht ook duidelijk opgenomen of er sprake is van astma. Het staken van de ICS kan in een keer en hoeft niet te worden afgebouwd. Het staken van ICS bij patiënten met (matig) ernstig COPD leidt tot een beperkte toename van symptomen en lichte exacerbaties. Bij een substantieel deel van de patiënten (ten minste 40%, vooral degenen met een FEV1 > 50% van voorspeld) ontstond echter geen exacerbatie na discontinueren van ICS. Ons advies is om 6 weken na het staken van de ICS een nacontrole af te spreken. Bij achteruitgang van de MRC en/ of CCQ na het staken van de ICS is het advies om diagnostische spirometrie verrichten. Bij onduidelijkheid over de diagnose moet worden nagegaan of er sprake is van astma, ACOS of andere stoornissen (denk hierbij aan diffusie, residuaal volume), al dan niet middels een consultatie van de longarts via Portavita.